aandrift
sterke, stuwende drang om bepaalde handelingen zowel fysiek als psychisch te verrichten
sterke, stuwende drang om bepaalde handelingen zowel fysiek als psychisch te verrichten
` aan – drang, de -woord (mannelijk),
aanbrengen, aanvoeren, bijdragen, inbrengen
toestelletje bovende kettingdraden voor het aandraaien van tijdens het weven gebroken kettingdraden
aanknippen, aanslingeren, aanzwengelen
machine welke een nieuwe weefketting aan het restant van een oude ketting vast maakt
aan` doen – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
aandoening van de bronchiolen(zeer smalle luchtwegvertakkingen)
` aan – doen, (deed aan, h. aangedaan), aantrekken, omdoen: een jas aandoen ; bezorgen, toebrengen: iem. schande aandoen ; een bepaalde indruk of stemming maken: modern aandoen, onaangenaam aandoen ; treffen, ontroeren: hij was aangedaan door zoveel hulde ; even bezoeken: een tussenhaven aandoen ; aansteken: de lamp aandoen ; aantasten , : het … Lees verder
` aan – doe – ning, de -woord (vrouwelijk), aandoeningen,