aanleren
lesgeven, onderwijzen, trainen, leren
lesgeven, onderwijzen, trainen, leren
` aan – lei – ding, de -woord (vrouwelijk), aanleidingen, omstandigheid die iets doet geschieden, zonder daarvan bepaald de oorzaak te zijn: dat grensincident was niet de oorzaak, maar veeleer de aanleiding tot de oorlog ;, naar aanleiding van, als reactie op;, een gerede aanleiding, een gunstige gelegenheid
document dat de aanleg regelt van werken die niet onder het begrip bouwen vallen
Vlakgeslepen glasplaat, waartegen de emulsiezijde van de film gedrukt wordt
drijvende aanlegplaats bestaande uit een of meer onderling gekoppelde dichte bakken, waarover een (houten) dek is gelegd
de offers die worden gebracht om een economisch goed te verwerven;als zodanig gelden in het algemeen de koopsom en de bijkomende kosten
De rand van het vel die de zijdelingse positie bepaalt tijdens de druk.
aanstichter, veroorzaker
machine waarin de bundels vlasvezels of dergelijke vezels met de einden over elkaar worden gelegd om ze vervolgens tot een doorlopende band te rekken
` aan – leg – gen, (legde aan,