aantonen
` aan – to – nen, (toonde aan, h. aangetoond),
` aan – to – nen, (toonde aan, h. aangetoond),
oplopen
noteren, opschrijven, opmerken, inschrijven, acteren
` aan – te – ke – ning, de -woord (vrouwelijk), aantekeningen,
kwaliteitsvermindering en/of schade aan (o) ecosystemen bv. door verdroging, herinrichting van een landschap, betreding van de vegetatie en verstoring van de fauna
Aanwezigheid en vermeerdering van geleedpotigen(= spinnen en insekten) en andere parasieten in het lichaam, en in kleding en gebouwen
` aan – tas – ten, (tastte aan, h. aangetast), inwerken op iets en het beschadigen: zuren tasten metaal aan ; aangetast zijn door een lelijke ziekte ;, tot in de wortels aangetast zijn, figuurlijk volledig verziekt zijn;, iem. in zijn eer aantasten, iem. beledigen; aanvallen; doen verminderen:, door die schade zijn mijn spaarcentjes danig … Lees verder
aantal personen dat een toestel of schakelbord bedient
werktijdequivalent: begrip dat bedacht is ten behoeve van bewakingspersoneel, dat immers per definitie niet werkt, waarvan de wekelijkse aanwezigheidsduur langer mag zijn dan de voor nie t-bewakers geldende arbeidsduur
aantal cursussen of programma`s waarvoor op een bepaald tijdstip of gedurende een bepaalde periode personen zijn ingeschreven door een instelling of groep van instellingen