aardewerk
` aar – de – werk, I, het -woord, voorwerpen van gebakken klei;, II, bijvoeglijk naamwoord, vervaardigd van aarde (bet 4): een aardewerk kruik
` aar – de – werk, I, het -woord, voorwerpen van gebakken klei;, II, bijvoeglijk naamwoord, vervaardigd van aarde (bet 4): een aardewerk kruik
gedijen, tieren, wennen
elektrode waarvan de geleidende verbinding met de aarde wordt aangesloten
gedeelte van het weglichaam dat uit grond bestaat
pikdonker, diepe duisternis
aardbol, aardkloot, wereldbol, wereldkloot, wereld, aardbodem, grond
geleidend met de aarde verbonden
De aarde, de wereldbol.
Een in funderingsmuren ter besparing van metselwerk aangebrachte(meestal omgekeerde)boog
Grond of bodem aan de oppervlakte van de aarde waarop de mensen, de dieren en de planten leven.