achterpiekschot
Waterdicht schot dat de achterpiek van het overige gedeelte van het schip scheidt, op korte afstand voor de achtersteven geplaatst, met het doel een waterdichte ruimte rondom de schroefaskoker te verkrijgen
Waterdicht schot dat de achterpiek van het overige gedeelte van het schip scheidt, op korte afstand voor de achtersteven geplaatst, met het doel een waterdichte ruimte rondom de schroefaskoker te verkrijgen
houding welke mond-en neusoperaties onder narcose mogelijk maakt zonder dat er gevaar bestaat voor het binnendringen van bloed in de bovenste luchtwegen
Rugstuk van een kleed
jatten, verduisteren, gappen, stelen
achternazitten, achtervolgen, nazitten
achternazetten, achtervolgen, nazitten
imiteren, nabootsen, nadoen
` ach – ter – naam, de -woord (mannelijk), achternamen, familienaam
Verschijnsel die de stabiliteit van een waterkering kan bedreigen. Door een waterstandsverschil over de waterkering kunnen gronddeeltjes in erosiegevoelige lagen worden meegevoerd door de kwelstromingen. Zo kunnen doorgaande erosiekanaaltjes onder de waterkering ontstaan.
lichte graad van idiotisme, gekenmerkt door onvermogen tot concentratie en door een ongecontroleerd driftleven; op volwassen leeftijd is het verstand niet groter dan van een kind van 3-7 jaar