afgebroken programma
programma dat door een interne onderbreking(bijv.programmafout)is gestopt en niet automatisch wordt vervolgd
programma dat door een interne onderbreking(bijv.programmafout)is gestopt en niet automatisch wordt vervolgd
` af – ge – daan, bijvoeglijk naamwoord, afgehandeld: een afgedane zaak ;, afgedaan hebben, uitgediend zijn, geen belang of aanzien meer hebben:, bij mij heeft hij afgedaan
bits, kortaf
afgang met de k van kolosaal
Samenstel van verbindingen en apparatuur met behulp waarvan een lijn, een transformator of een generator met de rails wordt verbonden
sof, fiasco, flop, teloorgang, afrit, stoelgang
` af – gaan, (ging af,
het gieten van water op het lichaam of een gedeelte daarvan om de temperatuur bij koorts te verlagen of zenuwverschijnselen te kalmeren
belediging, hoon
beledigen, beschimpen, bespotten, honen, smaden, tarten, uitjouwen