afgeven
` af – ge – ven, (gaf af, h. afgegeven),
` af – ge – ven, (gaf af, h. afgegeven),
` af – ge – vaar – dig – de, af – ge` vaar – dig – de, de -woord, afgevaardigden,
verstrooid, abstract, theoretisch
duidelijk
partiele prothese, waarbij de kauwdruk in het bijzonder op het natuurlijke restgebit wordt overgebracht
beklonken, opgemaakt, vastgesteld, allright, oké, voorgebakken, opgezet
tijdscharingssysteem waartoe men alleen op overeengekomen tijdstippen toegang heeft
Afgekort of afgesneden plaatvormig werkstuk, langs een niet-gesloten lijn afgesneden van een plaat of strook
hoek die verwijderd is van een ponskaart voor oriëntatiedoeleinden
watervoerende laag die aan boven- en onderzijde wordt begrensd door ondoorlatende lagen