afkijken
` af – kij – ken, (keek af, h. afgekeken),
` af – kij – ken, (keek af, h. afgekeken),
` af – kicken, (kickte af, is afgekickt), een krachtdadige ontwenningskuur (van drugs) ondergaan
` af – keu – ring, de -woord (vrouwelijk), afkeuringen, het afkeuren; afkeurende uiting
` af – keu – ren, (keurde af, h. afgekeurd), ongeschikt verklaren; veroordelen: ik keur deze handelwijze ten zeerste af
afkeurenswaardig vlees van onvoldragen, doodgeboren, kort na de geboorte gestorven dieren
een voorstel verwerpen
` af – keer, de -woord (mannelijk), weerzin: een afkeer van levertraan ; afkeer inboezemen
afwenden, omdraaien
afbekken, afblaffen, afsnauwen, verhabbezakken
apostrof, weglatingskomma