Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

afstaand oor

misvorming van het uitwendige oor, waarbij de oorschelp een hoek van 90 graden met het hoofd maakt en de normale hoek tussen helix en antihelix ontbreekt

afspreken

` af – spre – ken, (sprak af, h. afgesproken), een afspraak maken;, afgesproken zijn, een afspraak gemaakt hebben;, afgesproken werk, iets wat vooraf door afspraak is beraamd

afspraak

` af – spraak, de -woord, afspraken, overeenkomst: een afspraak maken ; consult na afspraak

afspoeling

Afvoer van regen-of smeltwater wanneer de aanvoer van water groter is dan de opname-capaciteit van de bodem. Wanneer op de percelen mest is uitgereden, neemt het water mestbestanddelen met zich mee