afwisselende voogdij
De kinderen wonen dan bij voorbeeld een halve week bij hun vader en de andere dagen bij hun moeder.
De kinderen wonen dan bij voorbeeld een halve week bij hun vader en de andere dagen bij hun moeder.
af` wis – se – lend, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, gevarieerd
` af – wis – se – len, (wisselde af, h. afgewisseld), (beurtelings) vervangen: elkaar, iem. afwisselen
loswinden
Deel van een kegelwielschaafbank dat de afrolbeweging van het gereedschap bewerkstelligt
afpoeieren, afwenden, afzeggen
Vervaardiging van evolvente tandwielen door afrollen met evolvent snijdend gereedschap
Vervaardiging van tandwielen met rechte, schuine, in-of uitwendige vertanding, met een snijwiel dat niet alleen de snijbeweging uitvoert, maar ook, gelijktijdig met het werkstuk, de afrolbeweging
Deel van een tandwielslijpmachine met het werkstuk
Afwikkelen met een heugelmes als gereedschap