afzonderlijk
af` zon – der – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, apart, alleen
af` zon – der – lijk, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, apart, alleen
‘beroep’ hier:= ‘appèl'(procesrecht)
isolatie, isolering, afscheiding, scheiding, segregatie, beslotenheid, isolement, eenzaamheid, secretie
separeren, afscheiden, afsluiten, isoleren, losmaken, scheiden
nagaan, aflopen, doorzoeken
EG-ambtenaren
Gesteente ontstaan door afzetting van slib in water, sediment.
bezichtigen, bezoeken, gadeslaan, aanzien, afkijken, spieken
deklaagbekledingsprocédé gebaseerd op impulsoverdracht, waarbij positief geladen ionen versneld door een elketrisch veld naar het oppervlak van een trefplaat (deklaagmateriaal)(…)
` af – zet – ting, de -woord (vrouwelijk), afzettingen,