angstinductie
het veroorzaken van angst door een uitwendige prikkel
het veroorzaken van angst door een uitwendige prikkel
` ang – stig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
bangebroek, bangerd, bangerik, schijterd, schijtluis
toestandsbeelden waarbij het verschijnsel angst op de voorgrond treedt, waarvan verdrongen conflicten uit het vroegkinderlijke leven ten grondslag liggen, die door actuele emotionele gebeurtenissen worden gereactiveerd
symptoom dat de betekenis heeft van een angstaanval en berust op de conversie van een angstaffect
droom die gepaard gaat met een hevig angstgevoel
delirium dat gepaard gaat met angstgevoelens
de -woord (mannelijk), angsten, gevoel van vrees (variërend van lichte beklemming tot hevige paniek);, duizend angsten uitstaan, heel bang zijn
angst – aan` ja – gend, bijvoeglijk naamwoord, angstwekkend
soort uit de familie der wijnruitachtigen/rutaceeen van de klasse der tweezaadlobbigen van het plantenrijk