angst
de -woord (mannelijk), angsten, gevoel van vrees (variërend van lichte beklemming tot hevige paniek);, duizend angsten uitstaan, heel bang zijn
de -woord (mannelijk), angsten, gevoel van vrees (variërend van lichte beklemming tot hevige paniek);, duizend angsten uitstaan, heel bang zijn
angst – aan` ja – gend, bijvoeglijk naamwoord, angstwekkend
soort uit de familie der wijnruitachtigen/rutaceeen van de klasse der tweezaadlobbigen van het plantenrijk
vroegere naam van de tegenwoordige hoofdstad van Turkije, Ankara
spraakgebrek waarbij gerekte klanken tussen de woorden worden ingevoegd
spraakgebrek waarbij gerekte klanken tussen de woorden worden ingevoegd
spraakgebrek waarbij gerekte klanken tussen de woorden worden ingevoegd
Afkeer of een gevoel van angst voor alles wat met Engeland of het Engels te maken heeft.
kunstbeen van massief hout, van boven uitgehold voor de stomp, in het midden voorzien van een stalen kniegewricht en van onderen van een houten enkelgewricht, aan de achterzijde beweegbaar met catgutstrengen, aan de voorzijde met een spiraalveer
de Engelse staatskerk