ankerhals
Deel van een anker waar de armen aan de schacht zijn bevestigd.
Deel van een anker waar de armen aan de schacht zijn bevestigd.
Alle ankers, kettingen, touwen enz. die nodig zijn om een schip behoorlijk te ankeren
Bodem geschikt en gebruikt om in te ankeren.
Een anker laten vallen of zakken met de bedoeling het schip hiermede aan de bodem van het vaarwater vast te leggen.
Driehoekig blad aan het uiteinde van de ankerarm.
Het puntige uiteinde van een ankervloei.
Een konstruktie met een tussen de stijlen geplaatste balk die daar met pennen doorsteekt; door deze pennen zijn wiggen geslagen, die de balk aan de stijlen ‘ verankeren’
Speciaal gebouwde plaats op het dek zodanig dat het anker gemakkelijk kan vallen.
Zwart geschilderde bal die ingevolge de bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee door alle ten anker liggende vaartuigen overdag op het voorschip moet worden gezien.
Ieder der dwarsstukken aan weerszijden van en onderaan de schacht van een scheepsanker.