Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

bandeloos

onbandig, onbeteugeld, ongeremd, losbandig, ongebonden, ongebreideld, tomeloos, tuchteloos

banden van Buengner

syncytium-strengen gevormd bij regeneratie der axonen bij zenuwlesies, bestaande uit gewoekerde cellen van Schwann

banddoorlatend filter

elektrisch filter, bestaande uit twee gekoppelde trillingskringen, dat een gewenste frequentieband doorlaat en andere frequenties sterk verzwakt

banddoorlaatfilter

elektrisch filter, bestaande uit twee gekoppelde trillingskringen, dat een gewenste frequentieband doorlaat en andere frequenties sterk verzwakt

bandbreedte

De overdrachts capaciteit per tijdseenheid van een netwerk.

bandage

windsel, zwachtel

band van Henle

band van sterke peesvezels in de achterwand van de canalis inguinalis vastgehecht aan de laterale wand van de pees van de musculus rectus abdominis