bangerik
` ban – ge – rik, de -woord (mannelijk), bangeriken, iem. die bang is
` ban – ge – rik, de -woord (mannelijk), bangeriken, iem. die bang is
` ban – gerd, de -woord (mannelijk), bangerds, iem. die bang is
bang, vreesachtig
lijst van computernamen en gebruikersnamen, gescheiden door uitroeptekens, die de route van een e-mail bericht in UUCP aangeeft
een bij runderen (maar ook wel bij andere dieren, zoals geiten, schapen, varkens) voorkomende besmettelijke ziekte, gewoonlijk verwekt door Brucella abortus Bang welke bij drachtige dieren een endometritis en daardoor een voortijdig uitstoten van de vrucht teweegbrengt; brucellosis is een zoönose, een aandoening die van dier op mens kan overgrijpen, doch bij de laatste een … Lees verder
k, bevreesd, kleinhartig, schijterig, vervaard, angstig, angstvallig, bedeesd, beschroomd, bezorgd, huiverig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schrikachtig, schuw, vreesachtig
Een boekband van karton met een inlegrug, deze wordt met bekledingsmateriaal aan elkaar verbonden.
machine voor het in de tevoren gereedgemaakte band zetten van het boekblok
zaag voor het mechanisch bewerken van hout
bandbreedte