banken
` ban – ken, (bankte, h. gebankt),
` ban – ken, (bankte, h. gebankt),
bankbediende
tijdelijke combinatie van financiers of banken om gezamenlijk een financieel project uit te voeren, bv. een emissie van aandelen of obligaties
het rentepercentage dat de handelsbanken berekenen bij het disconteren van verhandelbare wissels.Dit percentage is gebaseerd op het officiële disconto
Belgische instelling (K.B.9 juli 1935)belast met het toezicht op de banken en de controle op de publieke uitgifte van effecten, gemeenschappelijke beleggingsfondsen, portefeuillemaatschappijen en de private spaarbanken
de onderlinge verrekening van wederzijdse vorderingen en schulden der banken door compensatie, terwijl de saldi via de rekeningen, door de banken bij de Nederlandse Bank aangehouden, wor den vereffend
bankbiljet
boekje waarin spaardeposito`s worden genoteerd en waarmee de client in beperkte mate kasgeld kan opnemen
automaat waarmee bankbiljetten kunnen worden gelezen, vooral bestemd voor gelddistributie-apparaten
waardepapier voorzien van watermerk en mogelijk andere kenmerken van echtheid, geschikt voor boek-,offset-en plaatdruk, duurzaam, met een groot vouwgetal en bestand tegen veelvuldige hantering