bediening
be` die – ning, de -woord (vrouwelijk), bedieningen, het bedienen; dienst, ambt
be` die – ning, de -woord (vrouwelijk), bedieningen, het bedienen; dienst, ambt
de werknemer(s)die tot taak heeft(hebben)een arbeidsmiddel te gebruiken
be` dien – de, de -woord, bedienden, bediendes,
be` die – nen, (bediende, h. bediend),
` be – de – vaart, de -woord, bedevaarten, tocht naar een heilige plaats
bedevaartganger
be` der – ven, (bedierf,
elk der antiseptica, zijnde antibacteriele middelen; Substantie die infectie kan voorkomen door vernietiging van ziekteverwekkende micro-organismen; rotting-,infectie-of sepsiswerend
elk der antiseptica, zijnde antibacteriele middelen; Substantie die infectie kan voorkomen door vernietiging van ziekteverwekkende micro-organismen; rotting-,infectie-of sepsiswerend
be` der – fe – lijk ,, be` derf – lijk, bijvoeglijk naamwoord, licht bedervend, aan bederf onderhevig