bedienen
be` die – nen, (bediende, h. bediend),
be` die – nen, (bediende, h. bediend),
` be – de – vaart, de -woord, bedevaarten, tocht naar een heilige plaats
bedevaartganger
be` der – ven, (bedierf,
elk der antiseptica, zijnde antibacteriele middelen; Substantie die infectie kan voorkomen door vernietiging van ziekteverwekkende micro-organismen; rotting-,infectie-of sepsiswerend
elk der antiseptica, zijnde antibacteriele middelen; Substantie die infectie kan voorkomen door vernietiging van ziekteverwekkende micro-organismen; rotting-,infectie-of sepsiswerend
be` der – fe – lijk ,, be` derf – lijk, bijvoeglijk naamwoord, licht bedervend, aan bederf onderhevig
Het beschimmelen van (tuinbouw)producten.
(hier:)periode gedurende welke ouders, en met name de moeder, terug kan komen op het besluit om afstand te doen van een kind
be` den – ken, (bedacht, h. bedacht),