Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

bedrieger

be` drie – ger, de -woord (mannelijk), bedriegers ,, be` drieg – ster, de -woord (vrouwelijk), bedriegsters, iem. die bedriegt

bedriegerij

be – drie – ge` rij, de -woord (vrouwelijk), bedriegerijen, bedrog

bedriegen

bedonderen, belazeren, besjoemelen, besodemieteren, bezwendelen, neppen, pluimen, smokkelen, smousen, vals spelen, verlakken, verneuken, afzetten, bedotten, beduvelen, beetnemen, bestelen, foefelen, foppen, misleiden, om de tuin leiden, op een dwaalspoor brengen, oplichten, uitbuiten, verschalken, voor de gek houden

bedrevenheid

geoefendheid, bekwaamheid, handigheid, routine, vaardigheid

bedreven

doorkneed, geroutineerd, geverseerd, habiel, bekwaam, deskundig, ervaren, geoefend, kundig, vaardig

bedremmeld

beduusd, beteuterd, verlegen

bedreigde elementen

In een bep. gebied de bedreigde bevolking, gebouwen, weg-en waterbouwkundige werken, economische aktiviteiten, openbare diensten en infrastructuur

bedreiging

interne en externe activiteiten die het behalen van de organisatiedoelstellingen in gevaar brengen

bedreigd

Blootgesteld aan hoge doses van een gevaarlijke stof(bv.asbest)of geconfronteerd met een gevaarlijke situatie(bv.een aardbeving)

bedrag uit reservering

Pensioenterm, ABP. Betaling van pensioenuitkering uit opgebouwde reserve aan belanghebbende (zie ook: ïbedrag in reserveringï).