bedrieger
be` drie – ger, de -woord (mannelijk), bedriegers ,, be` drieg – ster, de -woord (vrouwelijk), bedriegsters, iem. die bedriegt
be` drie – ger, de -woord (mannelijk), bedriegers ,, be` drieg – ster, de -woord (vrouwelijk), bedriegsters, iem. die bedriegt
be – drie – ge` rij, de -woord (vrouwelijk), bedriegerijen, bedrog
bedonderen, belazeren, besjoemelen, besodemieteren, bezwendelen, neppen, pluimen, smokkelen, smousen, vals spelen, verlakken, verneuken, afzetten, bedotten, beduvelen, beetnemen, bestelen, foefelen, foppen, misleiden, om de tuin leiden, op een dwaalspoor brengen, oplichten, uitbuiten, verschalken, voor de gek houden
geoefendheid, bekwaamheid, handigheid, routine, vaardigheid
doorkneed, geroutineerd, geverseerd, habiel, bekwaam, deskundig, ervaren, geoefend, kundig, vaardig
beduusd, beteuterd, verlegen
In een bep. gebied de bedreigde bevolking, gebouwen, weg-en waterbouwkundige werken, economische aktiviteiten, openbare diensten en infrastructuur
interne en externe activiteiten die het behalen van de organisatiedoelstellingen in gevaar brengen
Blootgesteld aan hoge doses van een gevaarlijke stof(bv.asbest)of geconfronteerd met een gevaarlijke situatie(bv.een aardbeving)
Pensioenterm, ABP. Betaling van pensioenuitkering uit opgebouwde reserve aan belanghebbende (zie ook: ïbedrag in reserveringï).