bedrukt
bezwaard, sip, gedrukt, neerslachtig, somber, terneergeslagen, bekneld, beklemd
bezwaard, sip, gedrukt, neerslachtig, somber, terneergeslagen, bekneld, beklemd
het materiaal, waarop gedrukt wordt
een op papier bestemd voor het maken van enveloppen aangebrachte decoratieve opdurk in de vorm van een regelmatig patroon van letters, symbolen of figuurtjes over de gehele oppervlakte van het papier, veelal in fletse tinten
Noodzakelijke eigenschap (qua kleur, densiteit, droging, ..) van papier en andere materialen om de druk uniform te kunnen weergeven.
betreurenswaardig, droevig, ellendig, treurig, triestig, verdrietig, ergerlijk, miserabel, armzalig, bedenkelijk
arglist, fraude, misleiding, nep, voor-de-gek-houderij, afzetterij, bedriegerij, knoeierij, komedie, list, listigheid, ontrouw, oplichterij, oplichting, zwendel
smarten, kwellen, verdrieten
be` droefd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
het aantal deelnemenden aan het productieproces in een bepaalde populatie (gehele bevolking in de actieve leeftijd of mannen-vrouwen of leeftijdsgroepen, enz.) uitgedrukt in % van de totale populatie in die groep
bezig, druk, levendig, nijver, actief, werkend, werkzaam