bekoorlijkheid
bekoring, bevalligheid, charme, liefelijkheid, liefheid
bekoring, bevalligheid, charme, liefelijkheid, liefheid
kommer, kwelling, leed, tegenspoed, bekommering, angst, belangstelling, bezorgdheid, zorg
alleraardigst, bekorend, ravissant, snoeperig, snoepig, aantrekkelijk, allerliefst, betoverend, bevallig, charmant, heerlijk, innemend, lief, liefelijk, lieflijk, lieftallig, prettig, verleidelijk, verrukkelijk
angst, bezorgdheid, ongerustheid, verontrusting, zorg
Zich zorgen maken over, ergens voor zorgen.
bezorgd, ongerust, verontrust
bedisselen, smeden, uitbroeden, verzinnen
verwerven, krijgen, ontvangen, verkrijgen, zich herstellen, bijkomen
verminderen
uit utiliteitsoverwegingen aan een identificatiecode te stellen voorwaarde