belasten
be` las – ten, (belastte, h. belast), een last leggen op;, zich belasten met, op zich nemen; belasting heffen van; opdracht geven tot
be` las – ten, (belastte, h. belast), een last leggen op;, zich belasten met, op zich nemen; belasting heffen van; opdracht geven tot
zelfinductieverhoging van een kabel volgens de Krarupmethode
bedrag dat volgens de belastingwetgeving de basis vormt voor de over de winst verschuldigde belasting
Belastbaar inkomen verminderd met belastingvrije som.
resultaten:winst en verlies
belast deel van een gewricht
aan recht onderhevige goederen
be` lang – stel – ling, de -woord (vrouwelijk), aandacht, medeleven: een blijk van belangstelling ; in de belangstelling staan
bv. grootste lengte/bteedte, wielbasis, spoorbreedte voor/achter
elke nieuwe stationaire bron met een thermisch vermogen van ten minste 50 MW