belediging dmv een artikel in de pers
belediging: benaming voor een aantal misdrijven, o.m.smaadschrift=het plegen van smaad(=hardop beschuldigen) d.m.v. geschrift of afbeelding
belediging: benaming voor een aantal misdrijven, o.m.smaadschrift=het plegen van smaad(=hardop beschuldigen) d.m.v. geschrift of afbeelding
be` le – di – gen, (beledigde, h. beledigd), iem. krenken in zijn eer;, be` le – di – ging, de -woord (vrouwelijk), beledigingen
gebelgd, gekrenkt, gepikeerd, gekwetst, geraakt
Drijvend betonningsvoorwerp, voorzien van een vast gemonteerde klok of bel met daarin een loshangende klepel, of met vier kamers die aan de buitenzijde van de bel scharnierend zijn opgehangen; door de beweging van de boei in het water ontstaat het belgeluid, waardoor de boei of ton bij mist kan worden verkend
bepaalde aanvulling op het openbare(bus)vervoer
bedonderen, bedriegen, belazeren, besjoemelen, besodemieteren, bezwendelen, neppen, ontrouw zijn, verlakken, verneuken, oplichten
akelig, belabberd, beroerd, deerlijk, ellendig, miserabel, rampzalig, slecht, bedonderd, bedrogen, beduveld, besodemieterd
ambtelijk apparaat dat de belastingheffing en de inning van de belastinggelden verzorgt
Bedrag waarop geen belasting geheven wordt
gedeelte van de totale winst waarover geen belasting geheven wordt