beletsel
be` let – sel, het -woord, beletsels, beletselen, dat wat belet; verhindering
be` let – sel, het -woord, beletsels, beletselen, dat wat belet; verhindering
belemmering, beletsel, verhindering, verlet
schoolmeesterachtig
krediet op onderpand van handelsgoederen of effecten
bij tekenherkenning:situatie waarbij de horizontale afstand tussen twee opeenvolgende tekens op eenzelfde regel minder groot is dan is voorgeschreven
aangrenzend
beletsel, hindernis, remming, sta-in-de-weg, struikelblok, struikelsteen, beteugeling, handicap, hinder, hinderpaal, obstakel, obstructie, ontmoediging, storing, verhindering, versperring
verhoogde betonnen band, soort trotoirband, om te verhinderen dat het verkeer naast de weg terecht komt
beletten, bemoeilijken, remmen, bemoeilijken, hinderen, storen, stremmen, tegenhouden, verhinderen, verlammen, versperren, verstoren
b.v.Procedures voor diergeneesmiddelen