bemoeien
Zich actief bezighouden met andermans zaken.
Zich actief bezighouden met andermans zaken.
be` moei – al, de -woord (mannelijk), bemoeiallen, iem. die zich met alles bemoeit
liefde toedragen, vrijen met, liefhebben, minnekozen
be` moe – di – gen, (bemoedigde, h. bemoedigd), moed inspreken, moed geven;, be` moe – di – ging, de -woord (vrouwelijk), bemoedigingen
aimabel, aardig, lief, sympathiek, vriendelijk
liefhebber
be` min – de, de -woord, beminden, geliefde
dierbaar, geliefd, gewild
regelen van de voorziening van goederen en diensten
middelaarschap, intermediair, interventie, middel, tussenkomst, verzoening, voorspraak