benauwen
be` nau – wen, (benauwde, h. benauwd),
be` nau – wen, (benauwde, h. benauwd),
be` nauwd, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord,
hachelijk, hinderlijk, moeilijk, onaangenaam
vastgelegte naam voor een gedefineerd beroep
be` na – druk – ken, (benadrukte, h. benadrukt), de nadruk leggen op
be` na – ming, de -woord (vrouwelijk), benamingen, naam, naamgeving
redeneren met inexacte, onzekere of tegenstrijdige gegevens
berekening om de juiste waarde van een getal, die niet exact is vast te stellen, zo dicht mogelijk te benaderen
erytrocyten = rode-bloedlichaampjes
erytrocyten = rode-bloedlichaampjes