Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

beschouwend

beschouwelijk, bespiegelend, contemplatief, overpeinzend, speculatief, peinzend

beschouwen

be` schou – wen, (beschouwde, h. beschouwd),

beschotwerk

De onderverdeling van een schip in kleinere waterdichte compartimenten door het aanbrengen van dwars-en/of langsschotten.

beschot

laag planken op gordingen(=dwarshout tussen binten)van dak

beschonken

be` schon – ken, bijvoeglijk naamwoord, dronken

beschoeiing

beschoeiing = oeververdediging, oeverbescherming

beschimpen

jouwen, bekladden, beledigen, bespotten, honen, smaden, uitschelden