betreffen
be` tref – fen, (betrof, h. betroffen), betrekking hebben op; aangaan
be` tref – fen, (betrof, h. betroffen), betrekking hebben op; aangaan
be` trap – pen, (betrapte, h.betrapt), bezig vinden met iets ongeoorloofds: iem. betrappen op diefstal ; zie ook bij heet ;, be` trap – ping, de -woord (vrouwelijk)
uitoefenen, vervullen, doen, in acht nemen, naleven, beogen, nastreven
vol met tranen
begoocheling, fascinatie, glamour, hekserij, bekoring, toverij, tovermacht
Arbeider die stalen staven vlecht voor de wapening van beton
beheksen, biologeren, fascineren, bekoren, boeien, verrukken
be` toon, het -woord, het 1 betonen, uiting
bewijskracht
be` toog, het -woord, betogen, redenering, bewijsvoering;, het behoeft geen betoog, het spreekt vanzelf