beuzeling
futiliteit, nesterij, wissewasje, beuzelarij, kleinigheid, nietigheid
futiliteit, nesterij, wissewasje, beuzelarij, kleinigheid, nietigheid
keutelen, lanterfanten, treuzelen
` beu – zel – ach – tig, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, onbeduidend, flauw
wissewasje, beuzelachtigheid, beuzeling, gekheid, kleinigheid, nietigheid, snuisterij
afzetter, zakkenroller, zwendelaar
Een programma waarin aan personen uit de ontwikkelingslanden de gelegenheid wordt geboden post-secundaire, specialistische opleidingen in Nederland te volgen, die veelal plaatsvinden in instituten voor internationaal onderwijs. Deze personen dienen te voldoen aan voorwaarden met betrekking tot vooropleiding, werkervaring en het vervullen van een functie die bijdraagt aan de ontwikkeling van het land in de … Lees verder
prikactie, werkonderbreking
toerbeurt
Schipper die op vastgestelde tijden goederen vervoert.
achtereenvolgens, afwisselend