Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

bevloeiing

Bepaalde wijze van watervoorziening in een gebied met onvoldoende neerslag

bevloeien

bevloeiing, irrigeren, besproeien, bevochtigen, drenken

bevlieging

be` vlie – ging, de -woord (vrouwelijk), bevliegingen, plotseling opkomend gevoelen, opwelling: in een bevlieging besloot hij op wereldreis te gaan

bevlekken

be` vlek – ken, (bevlekte, h. bevlekt), vlekken maken op; figuurlijk onteren

beving

bibbering, tremor, rilling, schok, siddering, trilling

bevestigingsteken

bij datatransmissie:controleteken dat door de ontvanger van een bericht als bevestiging naar de afzender wordt gezonden

bevestiging van de besmetting

afkondiging door de bevoegde autoriteit van de aanwezigheid van één van de in bijlage I genoemde ziekten, op basis van de reultaten van laboratoriumonderzoek; in geval van een epidemie kan de bevoegde autoriteit de aanwezigheid van een ziekte echter ook op grond van klinisch en/of epizoötiologisch onderzoek bevestigen

bevestigingsgebeurtenis

zendgebeurtenis waarbij een MTA bepaalt dat de MTS het beschreven bericht aan een onmiddellijke ontvanger van de probe kan afleveren