bewegen
be` we – gen, (bewoog, h. bewogen),
be` we – gen, (bewoog, h. bewogen),
beweeglijkheid/souplesse van de wervelkolom, het zich kunnen uitstrekken van de wervelkolom
be` weeg – re – den, de -woord, beweegredenen, reden waarom men iets doet of laat
abnormaal beweeglijk hart
be` weeg – lijk, bijvoeglijk naamwoord, levendig; niet rustig;, be` weeg – lijk – heid, de -woord (vrouwelijk)
drijfveer, reden
het te openen deel van het venster en bijgevolg een te openen kozijn, inclusief de vulling
van het voertuig: die carrosseriepanelen of andere delen van het voertuig waarvan de stand gewijzigd kan worden door kanteling, verdraaiing of verschuiving zonder dat daarvoor gereedschap behoeft te worden gebruikt. Hieronder vallen geen kantelbare bestuurderscabines
be` wa – ring, de -woord (vrouwelijk), het bewaren;, huis van bewaring, gevangenis waar personen in voorlopige hechtenis worden gehouden en waar gevangenisstraffen van maximaal drie maanden worden uitgezeten;, in verzekerde bewaring nemen, in hechtenis nemen
be` wa – ren, (bewaarde, h. bewaard),