bijzijn
tegenwoordigheid
tegenwoordigheid
kippigheid, myopie
oogafwijking berustend op een te sterk brekingsvermogen van het oog waardoor het brandpunt van de lichtstralen voor de retina komt te liggen, zodat voorwerpen dichtbij scherp, doch op de afstand wazig worden gezien
myoop
` bij – woord, het -woord, bijwoorden taalkunde, woord dat iets zegt van een werkwoord, een hele zin, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord
` bij – wo – nen, (woonde bij, h. bijgewoond), aanwezig zijn bij; figuurlijk beleven, meemaken: dat heb ik nog nooit bijgewoond
het constant overnemen van veranderingen van geregistreerde percelen en van correcties van foutieve gegevens in de kaarten of de boeken van het percelenkadaster
soms
` bij – wer – king, de -woord (vrouwelijk), bijwerkingen, andere, meestal ongunstige uitwerking dan de bedoelde, vooral van geneesmiddelen
wijzigen van een stambestand aan de hand van nieuwe gegevens overeenkomstig een bepaalde procedure