bijziend
myoop
myoop
` bij – woord, het -woord, bijwoorden taalkunde, woord dat iets zegt van een werkwoord, een hele zin, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord
` bij – wo – nen, (woonde bij, h. bijgewoond), aanwezig zijn bij; figuurlijk beleven, meemaken: dat heb ik nog nooit bijgewoond
het constant overnemen van veranderingen van geregistreerde percelen en van correcties van foutieve gegevens in de kaarten of de boeken van het percelenkadaster
soms
` bij – wer – king, de -woord (vrouwelijk), bijwerkingen, andere, meestal ongunstige uitwerking dan de bedoelde, vooral van geneesmiddelen
wijzigen van een stambestand aan de hand van nieuwe gegevens overeenkomstig een bepaalde procedure
bijwerkklas:klas of groep verstandelijk normaal begaafde leerlingen die wegens toevallige oorzaken een schoolse achterstand hebben opgelopen;door intensief en geïndividualiseerd onderricht wordt getracht de leerling na een tijd weer aan het gewone onderwijs te laten deelnemen
bij` voor – beeld, bijwoord, als voorbeeld (vaak niet aaneengeschreven: bij voorbeeld )
aanhangwagen, plaats