blaaskaken
bluffen, dik doen, opscheppen, opsnijden, pochen
bluffen, dik doen, opscheppen, opsnijden, pochen
` blaas – kaak, de -woord, blaaskaken, opsnijder, bluffer
eikern
variceuze verwijdering der venen van de blaaswand
werktuig tot het samenpersen en uitblazen van lucht
Ned. Lar. (alcoholtest)
paralyse van de blaasspier zonder centrale lesie
de -woord, blazen,
de -woord, blaren,
(«Frans), de -woord, afkeuring, smet