Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

blaaskaken

bluffen, dik doen, opscheppen, opsnijden, pochen

blaaskaak

` blaas – kaak, de -woord, blaaskaken, opsnijder, bluffer

blaasbalg

werktuig tot het samenpersen en uitblazen van lucht

blaasatonie

paralyse van de blaasspier zonder centrale lesie

blaas

de -woord, blazen,

blaar

de -woord, blaren,

blaam

(«Frans), de -woord, afkeuring, smet