violet
vi – o` let, («Oud-Frans), I, bijvoeglijk naamwoord, paars;, II, het -woord, paarse kleur
vi – o` let, («Oud-Frans), I, bijvoeglijk naamwoord, paars;, II, het -woord, paarse kleur
geweldigheid, heftigheid, hevigheid, gewelddadigheid
gewelddadig, heftig, onstuimig
het met geweld tegen de zin van de partner volbrengen van coïtus
het met geweld tegen de zin van de partner volbrengen van coïtus
familie uit de klasse der tweezaadlobbigen van het plantenrijk
Knieviool Soort van violoncel Thans in onbruik
Voorloper van de altviool, iets groter dan de viool.
Algemene benaming voor schimmelziekten van visvinnen
orde uit de klasse der zoogdieren