bloembed
bloemperk
bloemperk
(hier:)nadere indeling van het bloeiseizoen(= voorjaar, zomer, najaar, winter),nl.:zeer vroeg, vroeg, midden, laat, zeer laat, in elk seizoen
schutblad aan de voet van een bloeikolf
hoofdafdeling uit het plantenrijk
onbepaalde bloeiwijze met vlezige hoofdas, waarin de voet der bloemen enigszins kan zijn ingezonken; bij mais is de benaming botanisch onjuist
levendig, voorspoedig, welvarend
` bloei – en, (bloeide, h. gebloeid), bloemen of bloesems dragen; figuurlijk in de tijd van de grootste kracht zijn
de -woord (mannelijk), het bloeien;, de bloei der jaren, de beste tijd van het leven
het zweten van bloed of van een bloederige vloeistof
scherp begrensde ontsteking van het corium en subcutane weefsel met een verwekende kern, veroorzaakt door een stafylococceninfectie van een haarfollikel of een huidklier, welke wordt begunstigd door constitutionele stofwisselingsstoornissen