bloemkool
` bloem – kool, de -woord, bloemkolen, geelwitte, bloemvormige kool, waarvan de bloeiwijze in het beginstadium als groente gegeten wordt (Brassica oleracea var. botrytis subvar. cauliflora )
` bloem – kool, de -woord, bloemkolen, geelwitte, bloemvormige kool, waarvan de bloeiwijze in het beginstadium als groente gegeten wordt (Brassica oleracea var. botrytis subvar. cauliflora )
onontwikkelde stengel met bloemen, meestal omgeven door schubben
bloemenwinkel, bloemkwekerij
bloemenverkoper, bloemkweker
bloeiwijze van zittende of kortgesteelde bloemen aan het uiteinde van een niet-verbrede as
onderdeel van de tuinbouw en omvattend: bloembollenteelt, boomteelt en bloementeelt
het al dan niet bij een cooperatieve veilingvereniging openbaar bij afslag verkopen van groente, fruit, aardappels, en sierteeltprodukten (snijbloemen, planten) door telers (coöperatieleden) aan de groothandel
bloemenverkoopster
honing hoofdzakelijk uit de nectarien van bloemen
honing hoofdzakelijk uit de nectarien van bloemen