boeireep
Touw waarmee de ankerboei aan het kruis van het anker of een vistuig wordt verbonden.
Touw waarmee de ankerboei aan het kruis van het anker of een vistuig wordt verbonden.
` boei – end, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, spannend
de -woord, boeien,
aan banden leggen, de handen binden, ketenen, bedwingen, knevelen, vastmaken, kluisteren, aanspreken, bekoren, betoveren, in beslag nemen, meeslepen
schoudergewricht, bij dieren
Horizontaal binnenverband van de boeg, beide zijden nabij de steven verbindend en veelal steun gevend aan een dek
De zware, bijna steeds stokloze ankers aan de voorzijde van het schip; een of twee daarvan voortdurend gereed voor direct gebruik in noodomstandigheden of voor normaal ankeren
de -woord (mannelijk), boegen,
deugniet, straatjongen
bajesklant, slechterik, bandiet, deugniet, oplichter, schavuit, schelm, schurk, zware jongen