Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

boeireep

Touw waarmee de ankerboei aan het kruis van het anker of een vistuig wordt verbonden.

boeiend

` boei – end, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord, spannend

boei

de -woord, boeien,

boeien

aan banden leggen, de handen binden, ketenen, bedwingen, knevelen, vastmaken, kluisteren, aanspreken, bekoren, betoveren, in beslag nemen, meeslepen

boegband

Horizontaal binnenverband van de boeg, beide zijden nabij de steven verbindend en veelal steun gevend aan een dek

boeganker

De zware, bijna steeds stokloze ankers aan de voorzijde van het schip; een of twee daarvan voortdurend gereed voor direct gebruik in noodomstandigheden of voor normaal ankeren

boeg

de -woord (mannelijk), boegen,

boefje

deugniet, straatjongen

boef

bajesklant, slechterik, bandiet, deugniet, oplichter, schavuit, schelm, schurk, zware jongen