boerderij
boerenhoeve, boerenhofstede, boerenplaats, fermette, hofstede, kwekerij, pachthoeve, veefokkerij, farm, fokkerij, hoeve
boerenhoeve, boerenhofstede, boerenplaats, fermette, hofstede, kwekerij, pachthoeve, veefokkerij, farm, fokkerij, hoeve
de -woord (mannelijk), boeren,
` boe – nen, (boende, h. geboend), schoonwrijven, schoonborstelen
wrijfwas
Maker van boenders en borstels.
instrument voor diepe wondhechtingen, bv. bij prostaatoperaties
boemel, stoptrein
bon-vivant, nachtbraker, pierewaaier, rolder, flierefluiter, losbol, zwabber
floreren, pierewaaien, fuiven, slampampen, slenteren, stappen, zwabberen
bietebauw, vogelverschrikker, wildeman, kobold