boffen
` bof – fen, (bofte, h. geboft), geluk hebben
` bof – fen, (bofte, h. geboft), geluk hebben
toevalstreffer, geluk
Daags overhemd of werkoverhemd van blauw gestreepte stof.
Zeer snel, onregelmatig samentrekken van de hartboezems.
` boe – zem, de -woord (mannelijk), boezems,
Voorschot van tweezijdig geruwd grof weefsel met linnen ketting en wollen inslag voor boeren schorten.
Voorschot van tweezijdig geruwd grof weefsel met linnen ketting en wollen inslag voor boeren schorten.
schort
boerenknecht, knecht
Bargoens