Bondspresident
(Duits: Bundespräsident), de titel van het staatshoofd van Duitsland en van Oostenrijk, alsmede voor de telkens voor een jaar gekozen voorzitter van de Zwitserse Bondsraad
(Duits: Bundespräsident), de titel van het staatshoofd van Duitsland en van Oostenrijk, alsmede voor de telkens voor een jaar gekozen voorzitter van de Zwitserse Bondsraad
Minister van een bondsstaat, inz. van Duitsland; minister van de federale regering, die de deelregeringen overkoepelt: het Vlaams Gewest, het Waals Gewest, het Brussels Gewest, en het Duitstalig Gewest.
(Duits: Bundeskanzler ), de titel van de minister-president in Duitsland en in Oostenrijk
` bond – ge – noot – schap, het -woord, bondgenootschappen, het bondgenoot zijn; verbond
(Duits: Bundestag), van 1816 tot 1866 de vergadering van de leden van de Duitse Bond. Thans heet de volksvertegenwoordiging van Duitsland Bondsdag
` bond – ge – noot, de -woord (mannelijk), bondgenoten, medelid van een verbond; medestander, helper
aanbrengen van goud-of aluminiumdraadje op iedere aansluitpunt van de plak
otschap, confederatie, federatie, league, liga, statenbond, genootschap, syndicaat, unie, unitas, vakvereniging, verbinding, verbond, vereniging
bon` bon, («Frans), de -woord (mannelijk), bonbons, lekkernij van chocolade met een vulling van suikerwerk en aroma, of met likeur
bonbondoosje