borst
de -woord, borsten,
de -woord, borsten,
sterke vooruitspringende longitudinale beenkam aan de voorzijde van het sternum
Drager van geslachte varkens of beursknecht (Franeker).
bittertafel
bittergarnituur
` bor – rel, de -woord (mannelijk), borrels,
` bor – re – len, (borrelde, h. geborreld),
glas met lage uitzettingscoëfficiënt
glas met lage uitzettingscoëfficiënt
een vrij onschuldige besmettelijke ziekte, genoemd naar het Deense eiland Bornholm, alwaar in 1930 een epidemie van deze aandoening uitbrak