bots
schok, slag, stoot
schok, slag, stoot
` bot – sen, (botste, h., is gebotst), stoten tegen iets; figuurlijk met iets in strijd komen
hoofdbestanddeel van boter
Saus op basis van gesmolten boter.
de vloeistof die na het karnen van zoetemelk overblijft en waaraan door het karnen de boterdelen zijn ontnomen
banketletter
geconcentreerd zuigelingenvoedsel, bestaande uit melk, meel, boter en suiker
Een koek, traditioneel bereid met roomboter, die gevuld wordt met amandelspijs.
mengsel van boter, room, karnemelk, ondermelk en magere-melkpoeder, met geringe hoeveelheden melkzuur, diacetyl en keukenzout
zuivelfabriek