breischiel
langwerpig, plat stuk hout dat bij het breien van netten wordt gebruikt als mal voor de maaswijdte
langwerpig, plat stuk hout dat bij het breien van netten wordt gebruikt als mal voor de maaswijdte
lange naald zonder oog waarmede met de hand wordt gebreid
lange naald zonder oog waarmede met de hand wordt gebreid
het -woord, hersenen; zie ook bij elektronisch
garen verkregen door het breikroesproces
het doen kroezen van garen door het te verbreien, en het breisel na thermisch stabiliseren uit te rafelen
gereedschap tot breien, goed waaraan men zit te breien
` brei – en, (breide, h. gebreid), met breinaalden kledingstukken e.d. maken van (wollen) draden: kousen breien ; knopen: netten breien ; ineenvlechten: haarvlechten breien ;, praten en breien, tegelijkertijd praten en werken
tomeloos
beheersen, beteugelen