brood
het -woord, broden, gebakken meeldeeg; een bepaalde hoeveelheid daarvan in zekere vorm; bij uitbreiding levensonderhoud:, brood op de plank, een behoorlijk inkomen om van te leven;, om den brode, voor de kost;, het brood des levens, wat voor het zielenleven nodig is;, dat eet geen brood, dat kost niets aan onderhoud;, brood zien in, goede … Lees verder