bros
brokkelig, knapperig, krokant, breekbaar, fragiel
brokkelig, knapperig, krokant, breekbaar, fragiel
Snijdende tand van een broots
Een-of meerdelig snijgereedschap met stapsgewijs van vorm of grootte veranderende, achter elkaar geplaatste tanden (getrapte vertanding)
bewerking op trekfreesbank ter verkrijging van vlakke of geprofileerde oppervlakken
Fabricagemethode van conische tandwielen met meskopfrezen als gereedschap, overeenkomende met brootsen volgens de verdeelmethode
Brootsbewerking waarbij de broots door of langs het werkstuk wordt getrokken
Een-of meerdelig snijgereedschap met stapsgewijs van vorm of grootte veranderende, achter elkaar geplaatste tanden (getrapte vertanding)
Door de broots bestreken werkstukbreedte, gemeten loodrecht op de snijrichting
breekbaar, frêle, teertjes, fragiel, onvast, teder, teer, zwak, onzeker
fragiliteit, breekbaarheid, zwakheid, onzekerheid