Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

buikdenning

Garnering van latten, planken of roosters die boven de kimmen aan de binnenkant van de spanten is aangebracht

buikbreuk

uitstulping van een gedeelte van de buikinhoud via een opening in de spierwand van de buik, tussen de vezels van de aponeurose, door de verwijde doorgangsopeningen van de bloedvaten of door het uiteenwijken van de beide rectusscheden in de mediaanlijn

buikband

een uit stevig textiel, vaak voorzien van elastiek, gevormde brede gordel ter ondersteuning van een te slappe buikwand

buiig

onbestendig, regenachtig

buik

de -woord (mannelijk), buiken,

buigzame as

as voor de overbrenging van de drijfkracht van een krachtbron op, bijvoorbeeld, handgereedschapswerktuigen of meetapparaten

buigzaam

gesmijdig, smijdig, flexibel, plooibaar, soepel, plooibaar, soepel, gewillig, meegaand, toegeeflijk

buigvorm

Deel van de smeedmatrijs waarin een vlakke of ruimtelijk buiging van een staf tot stand komt

buigpunt van de kromme

buigpunt:punt waarin de kromming van een lijn in een tegengestelde kromming overgaat

buigstempel

Bol gedeelte van het buiggereedschap, dat aan de stoter van de pers wordt bevestigd