bukken
` buk – ken, (bukte, h. gebukt), naar de grond buigen; figuurlijk zwichten
` buk – ken, (bukte, h. gebukt), naar de grond buigen; figuurlijk zwichten
Mannelijk rund en het mannetje van sommige andere zoogdieren en zeezoogdieren.
Middelgrote roofvogel, leeft vooral van veldmuizen (Buteo buteo).
Een hoeveelheid aan elkaar verbonden pijpen.
steiger:houten of metalen constructie die tijdelijk opgericht wordt bij het bouwen of herstellen van huizen
zelfrijdende machine…voor het hanteren en leggen van buizen en het vervoeren van het hiertoe benodigde materiaal…
pneumatische transportinrichting voor het vervoer van…kleine pakjes e.d.in een klein gebied…
grote tot 4 mm lange, langwerpige cysten in de spieren van varkens, gevormd door Sarcocystis miescheri
buizen en pijpen waarvan de randen elkaar raken zonder te zijn gelast, geklonken of op andere wijze aaneengebracht
bui – zen, (buisde,