buurtgroep
groep van bewoners van een buurt,die werkt om het buurtbewustzijn te verstevigen,gemeenschappelijke belangen te verdedigen en het sociale,culturele en materiële leven van de buurt te verbeteren
groep van bewoners van een buurt,die werkt om het buurtbewustzijn te verstevigen,gemeenschappelijke belangen te verdedigen en het sociale,culturele en materiële leven van de buurt te verbeteren
buurschap, gebuurschap, gebuurte, nabuurschap, stadswijk, lokaliteit, wijk, nabijheid, omgeving, streek
buurtschap, gehucht
` buur – man, de -woord (mannelijk), buurlui, buurlieden, buur; jongen, man naast wie men zit;, al te goed is buurmans gek, te veel goedheid wordt belachelijk
buurvrouw
Persoon die in andermans omgeving woont.
hoofdbestanddeel van boter
isobutyleen, gecopolymeriseerd met enig isopreen
antioxydant
irriterend oplosmiddel