chaos
cha – os, (Latijn«Grieks), de -woord (mannelijk),
cha – os, (Latijn«Grieks), de -woord (mannelijk),
cha` o – tisch, bijvoeglijk naamwoord, in de toestand van chaos verkerend, verward, ongeordend
kloskant
afpersing
beroepszanger
achtdaags joods feest,25 kislev-2 teveth, ter herdenking van de herinwijding van de Tempel in 165 voor Chr
lied
kanaal
verandering, wijziging
veranderen, verwisselen