Wat Betekent Het?

Voor De Betekenis Van Alle Nederlandse Woorden!

chromatische harp

harp zonder pedalen die voor iedere halve toon van de toonladder een eigen snaar heeft, in totaal 78 snaren

chromaatzweer

hardnekkige zweer(veel voorkomend aan het neustussenschot)bij arbeiders in chromaatfabrieken

chromatische aberratie

de fout in de beeldvorming, teweeggebracht door de ongelijke refractie van de verschillende zichtbare lichtsoorten

Christus

latinisering van het Griekse Christos (v. chrioo = zalven), vertaling van het Hebreeuwse Messias (masjiach), dat `gezalfde` betekent

Christophorus

paus, (gestorven 904), een van de (tegen?)pausen van de zgn. ijzeren eeuw

christen

Persoon die gelooft in God, Jezus en de Heilige geest. Is vrijwel altijd in het bezit van een bijbel.