cliënt
cli` ënt, («Latijn), de -woord (mannelijk), cliënten ,, cli` ën – te, de -woord (vrouwelijk), cliënten, cliëntes,
cli` ënt, («Latijn), de -woord (mannelijk), cliënten ,, cli` ën – te, de -woord (vrouwelijk), cliënten, cliëntes,
gemeenplaats, platitude, plaat
De leiders van een kerkgenootschap.
handig, knap, pienter, schrander, slim
clerus, geestelijkheid
inschikkelijk, mild, toegeeflijk
inschikkelijkheid, mildheid, toegeeflijkheid, welwillendheid
ziekelijke angst om ingesloten te worden, zowel in afsluitbare ruimten als in te nauwe kleding
ziekelijke angst om te worden ingesloten, zowel in afsluitbare ruimten als in te nauwe kleding; ook als dalvrees
ziekelijke angst om te worden ingesloten, zowel in afsluitbare ruimten als in te nauwe kleding; ook als dalvrees